Natuurreservaat "de la Géronne"

Léglise

Beschrijving

Oppervlakte : 15 Ha, waarvan 6 op de gemeente van Vaux-sur-Surebegeleid bezoek mogelijkHet natuurreservaat van de Géronne maakt deel uit van het netwerk van de natuurreservaten gecreëerd door de VZW Réserves Naturelles et Ornithologues de Belgique en bevindt zich in het centraal gedeelte van de Ardennen. Ze bestaan uit voormalige extractie zonen van turf op een kleine diepte en uit vochtige maaiweiden die rond de jaren vijftig ophielden gebruikt te worden. Het zijn deze milieus die de zwarte ooievaren, opnieuw in onze streek na honderd jaar afwezigheid, voeren.Eerste schakel in de lange keten van de door de RNOB beschermde sites, werd de reserve van de Geronne in 1984 gecreëerd. Voor het ogenblik bedekt deze vijftien hectaren (zes op het grondgebied van van Vaux-sur-Sûre en negen op de gemeente van Léglise). Het reservaat bevindt zich op de linkeroever van de Géronne op ongeveer een kilometer ten Westen van het dorp van Volaiville.De Géronne heeft haar bron tussen de dorpen van Massul en Ebly. De beekjes Juseret en Lescheret stromen er op een gegeven ogenblik in. Rond de Grand Moulin van Volaiville stroomt de Géronne op 415 meter hoogte. Enkele honderde meters verder vloeit ze in de Sûre die later in de Moselle zal vloeien en uiteindelijk in de Rijn.De term "Géronne" is een voormalige hydronomische Gallische term "Equoranda" die de scheiding tussen twee volkeren aanduidt. Deze scheiding zal lang aangehouden worden : het dekanaat van Luik en ten zuiden het dekanaat van Trier.Op het ogenblik kent de reserve van Volaiville een buitengewone biologische interesse. Het zijn naargelang de niveauvariaties van het terrein ten opzichte van de watervoerende lagen zeer verschillende milieus met een zeer varierende fauna en flora. Op een beperkte ruimte vinden we veengebieden die door het regenwater worden gevoed waarop in de lente de "Linaigrette" zich ontplooit naast kussens van Spagnum en Polytrics waarop de "Canneberghe" groeit.Het zijn eveneens lage veengebieden die zich op de min of meer waterdichte leemgronden bevinden waaruit voortdurend water sijpelt. Hier zijn het dan de "Populages des marais" die zich naast de "Laiches à bec" en de waterklaver bevinden.Naast deze belangrijke groepen, zijn het de weiden vol met Moerasspireaplanten en van Epilobium die de minder vochtige gronden bezetten. Op de nog drogere gronden, diegene die nooit worden overstroomd, vindt men mozaïeken van velden van Zwenkgras en nard waar de zeldzame Arnica groeit.Al deze milieus worden overvlogen door een groot aantal vogels zoals de "Traquet tarier", de buntings, de grijze en villende eksters... De Stekelstaartsnips van het moeraswater en de Zwarte ooievaar worden er regelmatig gezien. Veel insecten waaronder zeer zeldzame, zoogdieren zoals de vos, de wilde kat komen hier eveneens voor. Om hun biologisch belang, mogen deze milieus niet achtergelaten worden. Ze moeten worden beheerd. Hiervoor komen ieder jaar vele vrijwilligers maaien, opruimen, plassen graven... (Bron tekst : Maison du Tourisme du Pays de la Forêt d'Anlier"



Locatie